Blootstelling aan carcinogene en mutagene agentia op het werk

Raad en Europees Parlement bereiken een akkoord

Op 28 juni 2017 hebben het Maltese voorzitterschap en het Europees Parlement een voorlopig akkoord bereikt over een nieuwe richtlijn die moet bijdragen tot de bescherming van werknemers tegen blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk.

Door het vaststellen van grenswaarden voor carcinogene en mutagene agentia draagt dit akkoord bij tot het aanpakken van de belangrijkste oorzaak van werkgerelateerde sterfgevallen in de EU. Doel is de komende 50 jaar 100 000 levens te helpen redden.

“Met dit akkoord kunnen we miljoenen werknemers in de EU beter beschermen tegen kankerverwekkende chemische stoffen op het werk. Dat is bijzonder belangrijk omdat kanker de belangrijkste oorzaak van werkgerelateerde overlijdens in de EU is.”

Mevrouw Helena Dalli, Maltees minister voor Europese Zaken en Gelijke Kansen

Carcinogene en mutagene agentia

De voornaamste punten van het voorlopig akkoord zijn:

  • Reprotoxische agentia: de Commissie moet nagaan of reprotoxische agentia uiterlijk in het eerste kwartaal van 2019 in de werkingssfeer van de richtlijn kunnen worden opgenomen, en kan daartoe een wetgevingsvoorstel indienen
  • Chroom IV: er werd eerder een grenswaarde voor blootstelling van 0,010 mg/m³ voor een periode van 5 jaar na de datum van omzetting overeengekomen, die vervolgens zal worden verlaagd tot 0,005 mg/m³. Er werd een afwijking ingevoerd voor het lassen en snijden met plasma of soortgelijke werkprocessen die rook genereren, met een grenswaarde voor blootstelling van 0,025 mg/m³ voor een periode van 5 jaar na de datum van omzetting, en van 0,005 mg/m³ voor de periode daarna.
  • Stof van hardhout: De Raad en het EP werden het eens over een grenswaarde voor blootstelling van 3 mg/m³ voor een periode van 5 jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn, en van 2 mg/m³ voor de periode daarna
  • Respirabel kristallijn silicastof: de Commissie heeft toegezegd om in het kader van de komende evaluatie van de toepassing van de richtlijn de noodzaak van wijziging van de grenswaarde voor respirabel kristallijn silicastof te beoordelen
  • Medische controle: de arts of de voor de medische controle op de werknemers in de lidstaten verantwoordelijke instantie kan verklaren dat de medische controle na het einde van de blootstelling zo lang moet worden voortgezet als voor de gezondheid van de betrokken werknemer noodzakelijk wordt geacht

De richtlijn legt blootstellingsgrenswaarden vast voor nog eens 11 carcinogene stoffen die niet in de geldende richtlijn van 2004 staan. Het gaat om: respirabel kristallijn silicastof, 1,2-epoxypropaan, 1,3-butadieen, 2-nitropropaan, acrylamide, bepaalde chroom (VI)-verbindingen, ethyleenoxide, o-toluïdine, vuurvaste keramische vezels, broomethyleen en hydrazine.

Op basis van recente wetenschappelijke gegevens bepaalt de richtlijn ook herziene grenswaarden voor vinylchloridemonomeer en stof van hardhout.

Er komen minimumvoorschriften om alle gebruik van carcinogene en mutagene stoffen te elimineren of terug te dringen. Ook moeten werkgevers de gevaren voor werknemers die kunnen worden blootgesteld aan specifieke carcinogene (en mutagene) stoffen, in kaart brengen en inschatten, en blootstelling aan eventuele risico’s voorkomen.

Volgende stappen

Zodra het akkoord is bevestigd door het Comité van permanente vertegenwoordigers van de Raad, moeten de Raad en het Parlement de nieuwe richtlijn formeel aannemen.

Gerelateerd