Cluster van idiopathische pulmonaire fibrose bij tandartsen

IPF

 

IPFIn april 2016 nam een tandarts uit Virginia (USA) contact op met de CDC (Center for Disease Control). Bij hem was kort daarvoor de diagnose idiopathische pulmonaire fibrose (IPF) gesteld. Hij belde omdat hij wilde melden dat ook bij een aantal andere tandartsen in hetzelfde ziekenhuis dezelfde aandoening was vastgesteld. IPF is een zeldzame aandoening met een slechte prognose.

Idiopathische pulmonaire fibrose (IPF)

IPF is een vorm van chronische, progressief fibroserende interstitiële pneumonie die zich kenmerkt door een geleidelijk toenemende kortademigheid en niet-productief hoesten. In de Verenigde Staten wordt de jaarlijkse incidentie geschat op 7 – 17 gevallen per 100.000 mensen en een geschatte prevalentie van 14 – 63 gevallen per 100.000 mensen. De mediane overlevingsduur is 3-5 jaar. De ziekte neemt toe met de leeftijd en er zijn beperkte behandelopties; soms is een longtransplantatie nodig. In de literatuur was IPF niet eerder beschreven bij tandartsen. Er is weinig tot niets bekend over de oorzaken van IPF, maar mogelijk bijdragende factoren zijn: virus infecties, roken, beroepsmatige blootstelling aan stof, houtstof en metaalstof.

Onderzoek in dossiers

Bij onderzoek van de medische dossiers van de 894 patiënten die tussen september 1996 en juni 2017 werden behandeld voor IPF bleken 8 (0,9%) tandartsen en 1 tandtechnicus (0,1%) te zijn; allen mannen. Op het moment dat ze in het ziekenhuis kwamen was de mediane leeftijd 64 (met een variatie van 49-81). Van deze 9 patiënten waren er inmiddels 7 overleden, met een mediane tijd van drie jaar tussen diagnose en overlijden (variërend van 1-7 jaar).

De CDC spreekt van een cluster van IPF bij tandartsen omdat in 2016 tandartsen 0,038% van de bevolking uitmaakten, maar 0,893% van de patiënten die werden behandeld voor IPF in een academisch ziekenhuis; 23 keer zoveel als op basis van hun beroep zou worden verwacht.

Een oorzaak voor het optreden van deze cluster zou in het werk kunnen liggen. Tandartsen zijn blootgesteld aan biologische agentia, chemische stoffen, straling en andere mogelijk risicovolle materialen. Vaak gaat het ook om inademing van agentia en stoffen en daarom zijn beroepsgebonden longaandoeningen mogelijk. Er zijn in de literatuur ook gevallen van stoflongen (pneumoconiosen) beschreven ten gevolge van de inademing van stof, met name silica en cobalt-chroom-molybdeen bij het maken van tandprothesen.

Onderzoek bij patiënten en nabestaanden

Van alle patiënten werd informatie verzameld via een interview met henzelf of met de nabestaanden. Hierin werd vooral gevraagd naar hun werkzaamheden, blootstelling en gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Allen hadden gewerkt met onder meer amalgaam zonder adembescherming.  Ook werden röntgenfoto’s ontwikkeld. De stoffen waarmee ze in contact kwamen waren onder meer silica (polijsten van bruggen etc.), polyvinyl siloxaan, alginaat en nog veel andere stoffen waarvan de toxiciteit niet bekend is.

Andere aanwijzingen

 Top

Hoewel IPF niet eerder bij tandartsen is beschreven, zijn er wel indirecte aanwijzingen. Een zoektocht in de National Occupational Respiratory Mortality System naar vier afzonderlijke jaren (1999, 2003, 2004, and 2007) onder de code “andere interstitiele pulmonaire aandoeningen met fibrose”* (waaronder IPF zou vallen) laten zien dat bij de onderliggende of bijdragende doodsoorzaak bij 35 overledenen is genoteerd dat zij in een tandartsenpraktijk werkten. Hiervan werden 19 mensen aangeduid als tandarts. Hieruit kan een proportionele sterfte worden berekend voor “werken in een tandartspraktijk” van 1,52 (95% betrouwbaarheidsinterval [BI] = 1,05–2,11) en voor “het beroep van tandarts” van 1,67 (95% BI = 1,01–2,61) (Respiratory Health Division, CDC, unpublished data, 2017).  Deze resultaten wijzen op een verhoogd voorkomen van IPF onder tandartspersoneel in vergelijking met de algemene bevolking.

Beperkingen van het onderzoek

Het onderzoek van de CDC kent een aantal beperkingen. Zo kan vertekening optreden omdat alle tandartsen in hetzelfde ziekenhuis (derde lijn) zijn behandeld wat kan leiden tot een ogenschijnlijk hogere incidentie. Ook heeft men maar kunnen spreken met een overlevende patient. Verder is mogelijk sprake van andere blootstelling buiten het werk die verstorende kunnen hebben gewerkt, inclusief roken. En ten slotte zijn geen biopsieweefsels beschikbaar en dus geen histologisch  bewijs dat allen leden aan dezelfde aandoening.

Samengevat

Wat weten we al over IPF?

Idiopathische pulmonaire fibrose (IPF) is a chronische, progressieve longaandoening van onbekende oorzaak met een slechte prognose. Het is niet eerder beschreven bij tandartspersoneel.

Wat voegt dit rapport van de CDC toe?

Een unieke cluster van negen gevallen van IPF onder tandartsen behandeld in een academisch ziekenhuis in Virginia tussen 2000 en 2015. Er is geen duidelijke etiologie vastgesteld, maar beroepsmatige blootstelling is mogelijk.

Nett RJ, Cummings KJ, Cannon B, Cox-Ganser J, Nathan SD. Dental Personnel Treated for Idiopathic Pulmonary Fibrosis at a Tertiary Care Center — Virginia, 2000–2015. MMWR Morb Mortal Wkly Rep 2018;67:270–273. DOI: http://dx.doi.org/10.15585/mmwr.mm6709a2