Fytase is een enzym dat producenten aan diervoeder toevoegen om de verteerbaarheid ervan te verbeteren. Het is een eiwitenzym dat via schimmelcultures wordt verkregen. Bij blootstelling aan dit enzym kunnen betrekkelijk gemakkelijk allergische klachten ontstaan.
Verteerbaar diervoeder

Sinds het begin van de jaren negentig is men begonnen met het toevoegen van onder meer fytase aan diervoeding om de verteerbaarheid te verbeteren. Dit zorgt dat het dier meer fosfor binnenkrijgt terwijl het de fosforuitstoot in de mest vermindert. Het fytase wordt aangemaakt in micro-organismen als bacteriën, gisten en schimmels. Veel van de fytase die men toevoegt aan diervoeder,komt van genetische gemanipuleerde schimmels zoals Aspergillus enTrichoderma soorten.
Fytase allergie
Fytinezuur en fytase
In sommige plantaardige voedingsproducten, met name in granen, bonen en erwten komt een groot deel van het fosfor (een belangrijk mineraal in de voeding) voor in de vorm van fytaat of fytinezuur. Fytaat is met voor mensen en dieren met één maag (bijv. varkens en kippen) slecht verteerbaar. De groep enzymen met de naam fytase kan fytaat echter afbreken, waardoor het nuttige fosfor uit de voeding vrij beschikbaar wordt gemaakt. Omdat mensen en dieren met een maag zelf zeer weinig fytase aanmaken, zijn we voor de afbraak van fytinezuur afhankelijk van fytase in voedsel.
Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw zijn er zorgen over de kans op allergie bij blootstelling aan industriële enzymen. Sinds 2000 is dit ook het geval bij de blootstelling in de diervoederindustrie. Desondanks komen allergische aandoeningen door enzymen in deze industrie nog geregeld voor. In een recent artikel worden acht werknemers beschreven die in een bedrijf met blootstelling aan fytase een allergie ontwikkelden.
Acht gevallen
Het ging om 6 mannen en 2 vrouwen tussen 27 en 49 jaar. Drie van hen hadden in de voorgeschiedenis een atopie en twee een niet beroepsgebonden luchtwegallergie. De werkgerelateerde allergische symptomen begonnen gemiddeld 3,5 maand na het begin van de blootstelling aan fytase stof (2 weken – 6 maanden). Het ging om neusklachten (rhinitis), luchtwegklachten (astma, benauwdheid) en contact urticaria (galbulten). De klachten traden alleen op na werken met fytase en afhankelijk van het de hoogte van de blootstelling. Buiten het werk waren er geen klachten (weekenden, vakanties).
Bij 7 van de 8 was sprake van een positieve huidpriktest op fytase. In het bloed was bij 4 van de 8 het specifieke fytase IgE verhoogd (≥ 0.35 kU/l) en bij 6 van de 8 het fytase specifieke IgG. Vier van de 7 geteste werknemers had een positieve basofielen activatie test. Verder had geen van de werknemers een positieve plaktest en waren alle longfoto’s schoon. De uiteindelijke diagnoses waren voor 7 werknemers beroepsmatige allergie van het type 1 (7x allergische rhinitis, 5x astmatische bronchitis en 3x contact urticaria) en bij 1 werknemer was sprake van irritatieve rhinitis.
Preventie
Op de werkplek droegen de werknemers wel persoonlijke beschermingsmiddelen: handschoenen, overalls en FFP3 maskers. Maar dit bleek echter onvoldoende bescherming te bieden. Bij gebruik van speciale verse luchtkappen met goede filters of door overplaatsing naar een afdeling zonder fytase blootstelling verdwenen de klachten wel. Opvallend was dat zelfs minimale blootstelling aan fytase de symptomen terugkeerden.
De onderzoekers vatten ook de recente literatuur over fytase samen en daaruit blijkt ook dat het een potent allergeen is waarbij tot 72% van de blootgestelde werknemers overgevoelig kunnen worden. Dat is vergelijkbaar met het voorkomen van bakkersastma door alfa-amylase waarbij prevalenties van 36% zijn gevonden. Het gaat vooral om type 1 sensibilisatie met zowel luchtweg- als huidklachten. Preventie kan alleen door de blootstelling aan enzymen-stof fors te beperken door middel van technische en organisatorische maatregelen. Bij gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen is een hoog veiligheidsniveau vereist.
Modernet
Ook op de afgelopen februari (13-2-2020) gehouden Modernet meeting in Berlijn was er een presentatie over deze allergie. Hieronder een van de dia’s van een geval.

Bron
Kuske, M., Berndt, K., Spornraft‐Ragaller, P., Neumeister, V., Raulf, M., Sander, I., Koschel, D., Bickhardt, J., Beissert, S. and Bauer, A. (2020), Occupational allergy to phytase: case series of eight production workers exposed to animal feed additives. JDDG: Journal der Deutschen Dermatologischen Gesellschaft, 18: 859-865.