Hazenpest en konijnenkoorts terug van weggeweest

De jacht op de herten in de Oostvaardersplassen was de afgelopen tijd volop in het nieuws. Waar veel mensen de jacht verguizen, zetten anderen met de feestdagen graag wild op tafel. Professionele jagers en de mensen die het geschoten wild verder bewerken en bereiden zullen weten dat de dieren besmet kunnen zijn. Soms met micro-organismen die ook mensen kunnen besmetten, de zogenaamde zoönosen. Zoals de hazenpest en konijnenkoorts die de laatste jaren hun herintrede doen. En in enkele gevallen ook mensen besmetten met tularemie.

Tularemie

Tularemie is een bacteriële infectie die voorkomt bij in het wild levende knaagdieren. Wanneer mensen in contact komen met het weefsel van een geïnfecteerd dier, kunnen ze ook besmet raken met de gramnegatieve bacterie Francisella tularensis. De ziekte is vernoemd naar zijn ontdekker in 1928, de Amerikaanse bacterioloog Edward Francis. Omdat de ziekte door verschillende dieren kan worden overgebracht is ze bekend onder allerlei namen zoals hazenpest, hertenkoorts, konijnenkoorts etc.

hazenpest

Van de Fransicella tularensis bacterie zijn vier ondersoorten bekend waarvan de holarctica, ook wel type B genoemd, in Europa voorkomt. In Noord-Amerika komt naast holarctica ook het meer infectieuze tularensis (type A) voor. De ondersoorten novicida en mediasiatica komen lokaal in respectievelijk Noord-Amerika en Rusland voor.

De ziekte wordt overgedragen door contact met levende of dode besmette dieren, maar kan ook door teken, vliegen en muggen worden verspreid. De ziekte kan mild, maar ook ernstig verlopen. De ziekteverschijnselen hangen af van de plaats waar de bacterie het lichaam binnenkomt. Is een wond besmet, dan zal er een zweer optreden. Maar vaak is alleen sprake van opgezette lymfeklieren en koorts. Soms zijn de ogen aangedaan of treden longklachten of darmklachten op. De gemiddelde incubatietijd is 3-5 dagen met een spreiding van 1-21 dagen. Bij de milde vormen zal de ziekte vaak over het hoofd worden gezien omdat niet naar de bacterie wordt gezocht.

Voorkomen in Nederland

De ziekte was in Nederland zeer zeldzaam. Niettemin komt het de afgelopen jaren toch af en toe voor, getuige de volgende recente nieuwsberichten
9-11-2018 Hazenpest in Twente
12-11-2018
Opnieuw hazenpest (tularemie) in Nederland
23-11-2018
Melding van hazenpest in Weert, Limburg

Toen in 2011 een geval werd gemeld, was dat voor het eerst in meer dan 60 jaar. Maar in de afgelopen 6 jaar waren er ten minste 17 gevallen. Mensen die veel in contact komen met in het wild levende dieren zoals jagers, slagers, poeliers, boeren, bonthandelaren en laboratoriummedewerkers lopen een groter risico om deze ziekte op te lopen. Mensen van wie het immuunsysteem niet goed werkt lopen het risico om ernstiger ziek te worden van deze bacterie.

Een uitgebreide gevalsbeschrijving van een man die de ziekte tijdens outdoor vakantie in Finland had opgelopen, werd in 2009 gepubliceerd in het NTvG en is online te lezen:
Een patient met koorts en een eschar* door tularemie
* Eschar: typische, verheven en rode huidafwijking met een centrale zwarte delle, die vaak vergezeld gaat van lymfadenopathie.

Nederlandse bronnen met informatie:
KIZA Kennissysteem Infectieziekten en Arbeid: Tularemie
RIVM – Tularemie
LCI-richtlijn tularemie
Universiteit Wageningen – Tularemie

Ook in Duitsland komt tularemie toenemend voor

In Duitsland verscheen recent een uitgebreid artikel over het toenemend aantal gevallen van tularemie. Faber et al. 2018 geven een uitgebreid overzicht van de ziekte en de manier waarop deze wordt overgedragen aan de hand van een literatuuronderzoek. Naast contact met (dode) besmette dieren en insecten wijzen ze ook op de mogelijkheid van besmet stof, voedsel en water. Ze beschrijven de epidemiologie van de aandoening in Duitsland, waar de ziekte zeldzaam is, maar het aantal gevallen de afgelopen jaren stijgt.

Het huidige voorkomen van tularemie heeft een seizoenspatroom, waarbij de meeste gevallen (68%) voorkomen tussen juli en november. Dit loopt gelijk met de piek in de knaagdierpopulaties en frequente activiteiten buitenshuis in de land- en bosbouw, maar ook recreatief zoals jagen, vissen, hiken etc. Hierdoor is meer contact tussen mens en dier mogelijk. Ook kunnen clusters optreden.

Hoewel de ziekte goed te behandelen is met antibiotica, kan het herstel lang duren en met ups en downs verlopen. In het artikel beschrijven Faber et al. drie gevallen met een lange hersteltijd.

Voor een goed begrip van de ontwikkelingen bij deze aandoening is ook van belang kennis te hebben van het voorkomen ervan bij dieren en vectoren. Net zoals bij andere zoonosen is hier samenwerking tussen diergeneeskunde en humane geneeskunde van belang. Omdat het ook nog gaat om een zeldzame aandoening mag dit niet stoppen bij de grens, maar is internationale uitwisseling van kennis over voorkomen, risicofactoren, diagnostische mogelijkheden en therapie van groot belang.

Faber, M., Heuner, K., Jacob, D., & Grunow, R. (2018). Tularemia in Germany-A Re-emerging Zoonosis. Frontiers in cellular and infection microbiology, 8, 40. doi:10.3389/fcimb.2018.00040

Series Navigation<< Alfa-galsyndroom en vlees allergie als beroepsrisico