Is ‘zwaar werk’ of ‘zittend werk’ gezonder op termijn?

In de discussie over de pensioenleeftijd komt zwaar werk vaak ter sprake. In de beeldvorming gaat het dan vooral om zwaar lichamelijk werk. Het idee leeft dat je daarmee niet gezond je pensioen haalt . Anderzijds wordt ook regelmatig gesproken over de risico’s van zitten werk. Zitten zou het nieuwe roken zijn. Hoewel de notie dat lichaamsbeweging een mens goed doet, niet ter discussie staat, is het toch interessant om je af te vragen wat op de lange termijn gezonder is: zwaar lichamelijk werk of een zittend beroep?

Grote Finse studie

Recent is een interessante Finse studie verschenen die antwoord probeert te geven op die vraag. En je kunt de hele studie (Mikkola et al. 2019) online lezen, via de link hieronder. De onderzoekers hebben het grondig aangepakt. Eerst bespreken ze de al eerder uitgevoerde studies over de gezondheidseffecten van zowel zwaar lichamelijk werk als van zittend werk. Deze studies leiden niet tot een eenduidige conclusie. Ook gaan ze in op de vaak uiteenlopende definities van zwaar werk (energieverbruik of zware taken als tillen en dragen) en op welke manier deze in onderzoek kan worden bepaald.

Omdat te verwachten is dat gezondheidseffecten pas op langere termijn zullen optreden, hebben zij voor hun studie gekozen voor een onderzoek in het Helsinki Birth Cohort. Dit is een groep van 13.345 mensen die zijn geboren tussen 1934 en 1944 in het Helsinki University Central Hospital of het Helsinki City Maternity Hospital en in 1971 nog altijd in Finland woonden. Van hen zijn 563 overleden en 1140 naar het buitenland verhuisd. Van nog eens 1664 is geen beroepscode bekend in 1990. Zo blijven er 9935 mensen (5210 mannen en 4725 vrouwen) over in de analyse met in totaal 237.322 persoonsjaren follow-up.

Blootstelling ingeschat met JEM

De beroepscodes van de deelnemers in 1990 (deelnemers tussen 47 en 57 jaar) zijn met behulp van een eerder ontwikkelde Job-Exposure Matrix (JEM) ingedeeld naar de mate van zwaar lichamelijk werk en naar langdurig zittend werk. De manier waarop wordt in het artikel toegelicht en er wordt rekening gehouden met geslacht. Uiteindelijk is zowel zwaar lichamelijk werk als langdurig zitten werk voor vrouwen en mannen apart ingedeeld in vier kwartielen. Omdat het de beroepscodes zijn op latere leeftijd gaat het om de belasting in het latere deel van het arbeidsleven.

Wat betreft eventueel verstorende factoren is gekeken naar opleiding, inkomen en type werk. Het bleek dat mensen met een lagere opleiding en inkomen een grotere kans hadden lichamelijk zwaar werk te verrichten in de latere fase van het arbeidsleven. Deze groep had ook minder vaak langdurig zitten werk. Het ging vooral om ambachtelijk werk en productiewerk: zogenaamde blue collar workers.

Sterfte aan verschillende oorzaken

Tijdens de follow-up overleden 175 vrouwen aan een hart-vaatziekte, 363 aan kanker, 52 aan een externe oorzaak en 169 aan andere oorzaken. Bij de mannen overleden 530 aan hart-vaatzieken, 513 aan kanker, 142 aan een externe oorzaak en 351 aan andere oorzaken. Een hogere sterfte door alle oorzaken samen is bij mannen gerelateerd aan een baan met grotere fysieke inspanning, ook als gecorrigeerd wordt voor verstorende factoren. Een baan met langdurig zitten werk was voor mannen gerelateerd aan een lagere sterfte door alle oorzaken samen, ook bij correctie voor verstorende factoren. Bij vrouwen waren deze verbanden er alleen in de ongecorrigeerde cijfers.

Bij mannen was zwaar lichamelijk werk vooral gerelateerd aan sterfte door hart- en vaatziekten en door externe oorzaken, maar niet door kanker. Bij mannen was langdurig zittend werk gerelateerd aan minder sterfte door hartvaatziekten en externe oorzaken, maar niet aan kanker. Bij vrouwen werden geen ziektespecifieke verbanden gevonden.

Risico’s vergeleken

De Hazard Ratio HR* voor mannen met werk in het hoogste kwartiel van zware lichamelijke inspanning was ten opzichte van mannen met werk in het laagste kwartiel van lichamelijke inspanning was 1,54 (1,31–1,80) voor totale sterfte. De HR was 1,70 (1,30–2,23) voor sterfte door hartvaatziekten en de HR was 3,18 (1,75–5,8) coor sterfte door extene oorzaken (gecorrigeerd voor leeftijf en aantal jaren opleiding)

De Hazard Ratio HR* voor mannen met werk in het hoogste kwartiel van langdurig zittend werk was ten opzichte van mannen met werk in het laagste kwartiel van l langdurig zittend werk was 0,71 (0,61-0,82) voor totale sterfte. De HR was 0,59 (0,45–0,77) voor sterfte door hartvaatziekten en de HR was 0,38 (0,22–0,66) coor sterfte door extene oorzaken (gecorrigeerd voor leeftijf en aantal jaren opleiding)

*HR: een hazard ratio van 3 betekent dat er driemaal zoveel gebeurtenissen plaatsvinden in de blootgestelde groep dan in de controlegroep. Een HR van 0,5 betekent dat er tweemaal minder gebeurtenissen plaatsvinden in de blootgestelde groep dan in de controlegroep

Conclusie

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten suggereren dat zwaar lichamelijk werk in het laatste deel van het arbeidsleven gepaard gaat met een verhoogd risico op sterfte, vooral door hartvaatziekten en externe oorzaken. Langdurig zittend werk in dezelfde periode gaat gepaard met een langer sterfterisico. Bij vrouwen wordt dit niet gevonden.

Het lijkt er dus op dat het hebben van een zwaar lichamelijk beroep in de latere fase van het arbeidsleven een stuk meer risico oplevert dan een beroep waarin langdurig wordt gezeten. In elk geval bij mannen.

Bron

Mikkola, T. M., von Bonsdorff, M. B., Salonen, M. K., Kautiainen, H., Ala-Mursula, L., Solovieva, S., … Eriksson, J. G. (2019). Physical heaviness of work and sitting at work as predictors of mortality: a 26-year follow-up of the Helsinki Birth Cohort StudyBMJ open9(5), e026280. doi:10.1136/bmjopen-2018-026280