Reproductiestoornissen

Ziektebeeld

Onder reproductiestoornissen verstaan we alle problemen die kunnen ontstaan rondom de vruchtbaarheid en de voortplanting. Het gaat dus zowel over zwanger worden, om problemen tijdens de zwangerschap en bevalling als over aangeboren afwijkingen en ontwikkelingsstoornissen bij het kind.

Ziektebeelden die verband kunnen hebben met het werk zijn:

  • Verminderde vruchtbaarheid bij man of vrouw
  • Miskraam
  • Vroeggeboorte: het kind wordt geboren tussen de 24e en 37e week van de zwangerschap
  • Laag geboortegewicht: lager dan 2500 gram
  • Aangeboren afwijkingen
  • Soms latere ontwikkelingsstoornissen bij het kind

Oorzaken

Problemen in de voortplanting door beroepsmatige blootstelling zijn erg gevarieerd zowel wat betreft oorzaken als soorten afwijkingen. Uit de literatuur blijkt dat bepaalde factoren (chemisch, biologisch, fysisch, psychisch) in het werk een negatieve invloed kunnen hebben op de uitkomst van de zwangerschap of kunnen leiden tot een verminderde vruchtbaarheid. De effecten kunnen zich voordoen op de vruchtbaarheid van man of vrouw, op de ontwikkeling van het kind, op de bevalling, borstvoeding of op de latere ontwikkeling van het kind.

Werken met chemische stoffen kan de gezondheid schaden. Sommige stoffen zijn ook schadelijk voor de voortplanting: de zogenaamde reproductietoxische stoffen. Hoewel enkele hiervan alleen schadelijk zijn tijdens de voortplanting, heeft een flink aantal ook andere nadelige effecten op de gezondheid. Zo kunnen ook kankerverwekkende stoffen en stoffen die het erfelijke materiaal kunnen veranderen (mutagene stoffen) effect hebben op de ongeboren vrucht. Contact met deze stoffen verhoogt de kans op onvruchtbaarheid of afwijkingen aan het nageslacht. Dergelijke effecten kunnen zich zowel bij mannen als vrouwen voordoen.

Stoornissen in vruchtbaarheid en voortplanting die door de arbeidsomstandigheden kunnen worden veroorzaakt:

  • Blootstelling aan narcosegassen: grotere kans op een miskraam.
  • Blootstelling aan geneesmiddelen gebruikt in chemotherapie: meer kans op een miskraam, vroeggeboorte en aangeboren afwijkingen.
  • Blootstelling aan bestrijdingsmiddelen (pesticiden): heeft invloed op bijna alle facetten van de voortplanting. Blootstelling in het werk heeft invloed op de tijd nodig om zwanger te worden, geeft na blootstelling voor of tijdens de zwangerschap een kortere zwangerschapsduur (enkele dagen) en een lager geboortegewicht.
  • Blootstelling aan oplosmiddelen: verhoogde kans op miskraam en aanwijzingen voor hogere kans op aangeboren afwijkingen.
  • Blootstelling aan metalen: blootstelling van de vader aan zeswaardig chroom lijkt hier van belang: grotere kans op miskraam bij moeder! Het is mogelijk eveneens schadelijk voor de baby.
  • Blootstelling aan warmte: vooral bekend vanwege negatief effect op de zaadkwaliteit
  • Blootstelling aan radioactieve (ioniserende) straling: kan leiden tot verminderde vruchtbaarheid en het vaker voorkomen van aangeboren afwijkingen, maar blootstelling is tegenwoordig veel lager en effecten komen minder voor.
  • Lichamelijke belasting: grotere kans op een kind met een laag geboortegewicht wanneer de moeder lichamelijk zwaar werk verricht, vooral na de 20e week van de zwangerschap. Ook grotere kans op vroeggeboorte
  • Stress: negatief effect op de vruchtbaarheid van vrouwen. Geen bewezen effect op zaadkwaliteit bij mannen.
  • Ploegendienst: langere tijd nodig om zwanger te worden, groter risico op miskraam, vroeggeboorte en laag geboortegewicht. Geen verhoogd risico op aangeboren afwijkingen.
  • Infecties: besmet raken met bepaalde virussen (rode hond, cytomegalie, waterpokken, Parvo B19 virus) maar ook met parasieten (malaria, toxoplasmose) of bacteriën (TBC, listeria, Q-koorts) kan aangeboren afwijkingen veroorzaken of leiden tot miskramen.

Diagnostiek

Om vast te stellen of een probleem in de vruchtbaarheid of voortplanting te maken heeft met werk of werkomstandigheden zijn een aantal stappen nodig:

  • Uitgebreid nagaan van de (medische) voorgeschiedenis
  • Uitvragen van huidige en vroegere werkzaamheden en blootstelling daarbij
  • Werkplekonderzoek
  • Soms bepaling in bloed of urine van bepaalde afbraakproducten (b.v. geneesmiddelen bij chemotherapie)

Vóórkomen

Geschat wordt dat 5% van de aangeboren afwijkingen in belangrijke mate veroorzaakt wordt door werkgebonden factoren.

In meer dan 200 branches komen voor de vruchtbaarheid en voortplanting giftige (reproductietoxische) stoffen voor. Het gaat vooral om plaatsen waar wordt gewerkt met metaalverbindingen en organische oplosmiddelen, zoals in verf, lak, lijm en schoonmaakmiddelen. In de gezondheidszorg gaat het ook om gevaarlijke geneesmiddelen en narcosegassen. In de land- en tuinbouw om bestrijdingsmiddelen.

Risicovolle beroepen voor zwangere vrouwen zijn beroepen in de gezondheidszorg, kapsters, beroepen in onderwijs en kinderdagverblijven, beroepen in de agrarische sector en overige dierverzorging, beroepen in de industrie (oplosmiddelen, roestvrij staal lassen), beroepen in de schoonmaaksector of beroepen met onregelmatige werktijden.

In de gezondheidszorg gaat het om beroepen als arts, verpleegkundige (oncologie), operatie(kamer)personeel, laboratoriumpersoneel, apotheker (assistent), sterilisatiepersoneel, schoonmaakpersoneel.

Preventie

Om risico’s voor de vruchtbaarheid en voortplanting te voorkomen moet de zorg al beginnen voor de bevruchting en zich richten op zowel man als vrouw. Want naast blootstelling van de moeder vóór de bevruchting kan ook blootstelling van de vader aan bijvoorbeeld oplosmiddelen, bestrijdingsmiddelen, metalen of straling kan negatieve effecten hebben voor de vruchtbaarheid en de zwangerschapsuitkomst.

Voor stoffen met risico voor vruchtbaarheid en zwangerschap (reproductietoxische stoffen) zijn grenswaarden vastgesteld die niet mogen worden overschreden (zie Arboregeling en de Beleidsregels). De MAC (Maximaal Aanvaarde Concentratie)-waarden van deze stoffen zijn opgenomen in de Nationale MAC-lijst, die jaarlijks wordt aangepast.

Op het etiket van verpakte producten wordt met waarschuwingszinnen (R-zinnen) gewezen op (mogelijk) schadelijke eigenschappen. Voor reproductie-toxische stoffen zijn dit de volgende zinnen:

  • R 60 Kan de vruchtbaarheid schaden
  • R 61 Kan het ongeboren kind schaden
  • R 62 Mogelijk gevaar voor verminderde vruchtbaarheid
  • R 63 Mogelijk gevaar voor beschadiging van het ongeboren kind
  • R 64 Kan schadelijk zijn via de borstvoeding

Maar als er geen waarschuwingszinnen op een etiket staan, wil dit niet altijd zeggen dat er geen gevaar is. Van veel stoffen zijn de mogelijk schadelijke eigenschappen niet beoordeeld

Er zijn twee beleidsregels toegevoegd aan de Arbowetgeving met maatregelen om de blootstelling van werknemers in ziekenhuizen aan narcosegassen (Beleidsregel 4.9-5 Doeltreffende beheersing van de blootstelling aan inhalatie-anesthetica in ziekenhuizen) en cytostatica (Beleidsregel 4.18-5 Doeltreffende beheersing van de blootstelling aan cytostatica in ziekenhuizen) te verminderen. In het kader van de Arboconvenanten zijn activiteiten ontplooid om deze beleidsregels goed toe te passen in de algemene en academische ziekenhuizen

Bij de Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) moet de werkgever gegevens bijhouden van het gebruik van stoffen die gevaar kunnen opleveren voor gezondheid of veiligheid. Voor reproductietoxische stoffen moet de werkgever nog aanvullende gegevens registreren (Arbobesluit; lid 5 van artikel 4.2)

De academische ziekenhuizen hebben een gids ontwikkeld: Ketenzorg gevaarlijke stoffen in ziekenhuizen. Stoffen van productiefase t/m afvalfase. Voor desinfectie- en reinigingsmiddelen, voor cytostatica en laboratoriumchemicaliën is een systeem ontwikkeld dat kan worden gebruikt bij de aankoop van nieuwe en de inventarisatie van aanwezige stoffen.

Blootstelling voorkomen door adembescherming, afzuiging, specifieke maatregelen, etc.

Het is goed voor zwangere vrouwen lichamelijk zwaar werk of een stressvolle werkomgeving te voorkomen

Bij zwangerschap mag geen blootstelling plaatsvinden aan stoffen die bekend zijn als kankerverwekkend (carcinogeen), het erfelijke materiaal kunnen veranderen (mutageen) of bewezen schadelijk zijn voor de voorplanting (reproductietoxisch)

Goede werkplekhygiëne (niet roken, eten, drinken op werkplek)