Rugklachten door lichaamstrillingen

Ziektebeeld

We spreken van lage rugklachten als er sprake is van pijn of andere als ongewenst ervaren klachten en verschijnselen onder de schouderbladen en boven de bilplooi. Daarbij kan al dan niet pijn uitstralen in één of beide benen.

Bij lage rugklachten maken we onderscheid tussen rugklachten door een bepaalde aandoening (bijvoorbeeld een hernia, lumbosacraal radiculair syndroom) en lage rugklachten waarvan niet bekend is wat precies de oorzaak is van de pijn. Deze laatste rugklachten noemen we aspecifieke lage rugklachten.

Bij lage rugklachten gaat het in 95% van de gevallen om aspecifieke lage rugklachten

Bijna iedereen (ongeveer 70%) heeft ergens in zijn leven een periode last van aspecifieke lage rugklachten.

Het beloop (de prognose) van aspecifieke lage rugklachten is gunstig: 80-90% van de mensen herstelt vanzelf binnen 6-8 weken.

Oorzaken

We spreken van lichaamstrillingen als het hele lichaam is blootgesteld aan trillingen en schokken via de voeten of het zitvlak. Door langdurige blootstelling aan trillingen en schokken neemt de kans op rugklachten toe.

Blootstelling aan lichaamstrillingen komt voor bij iedereen die met voertuigen werkt, zoals chauffeurs van vrachtwagens, heftruckchauffeurs, (kraan)machinisten, machinisten van grondverzetmachines en tractorchauffeurs.

De totale blootstelling wordt onder andere bepaald door het type voertuig, het rijgedrag, de ondergrond waarop wordt gereden en de duur van het werk. De kans op klachten door lichaamstrillingen wordt groter door:

  • Te snel rijden
  • Een slechte of verkeerd ingestelde bestuurdersstoel
  • Onregelmatige ondergrond

Blootstelling aan lichaamstrillingen vindt ook plaats via de vloer in de omgeving van trillende machines, bedieningsplatforms, (meng)installaties, persen, etc.

Rugklachten ontstaan vooral door trillingen met een frequentie tussen 40 en 70 Hz. Mensen zijn beter bestand tegen deze trillingen als ze staan dan als ze zitten of knielen.

Over actiewaarden en grenswaarden:

Lichaamstrillingen kunnen de gezondheid schaden als ze een actie- of grenswaarde overschrijden.

Deze actie- en grenswaarden worden uitgedrukt in meters per secondekwadraat (m/s²).

Volgens de Europese richtlijn voor lichaamstrillingen is de actiewaarde 0,5 m/s² over een achturige werkdag: bij overschrijding van de actiewaarde mag de werknemer wel doorwerken, maar moet de werkgever maatregelen nemen om de trillingen te verminderen.

De grenswaarde is 1,15 m/s² over een achturige werkdag: dit is de absolute bovengrens. Deze grens mag nooit worden overschreden.

De grenswaarden gelden voor een blootstelling die de hele werkdag duurt (8 uur). Als de blootstelling aan de trillingen korter is, mogen de waarden hoger liggen.

Bij overschrijden van de actiewaarde moet de werkgever binnen afzienbare tijd maatregelen nemen en de effectiviteit daarvan na invoering controleren.

Bij overschrijden van de grenswaarde moet de werkgever direct maatregelen nemen en de effectiviteit daarvan na invoering controleren.

 

Diagnostiek

Goed navragen van klachten van pijn in de rugpijn:

  • Aard van de klachten, ontstaan (is er sprake van letsel door een ongeval?) en beloop van de huidige klachten
  • Welke beperkingen geeft de rugpijn en is sprake van ziekteverzuim?

Onderzoek om na te gaan of er sprake is van neurologische problemen zoals spierzwakte en/of gevoelsstoornissen.

Zijn er klachten die wijzen op een specifieke rugaandoening zoals

  • kanker doorgemaakt, onverklaard gewichtsverlies
  • infectie als oorzaak: koorts, urinewegproblemen, huidinfectie.
  • wervelbreuk: medicijngebruik (corticosteroïden), leeftijd ouder dan 50 jaar

Zijn er risicofactoren in het werk

  • lichaamstrillingen, tillen en sjouwen, draaien van de rug, voorovergebogen staan
  • is er sprake van een beroepsziekte (NCvB, registratierichtlijn D004)

Zijn er factoren die het herstel en werkhervatting kunnen belemmeren, zoals

  • Lange duur van de klachten (langer dan 6 weken)
  • Ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren
  • Zwaar lichamelijk werk
  • Psychische problemen: piekeren, slecht slapen, depressieve stemming (moe, lusteloos), andere, medisch onverklaarde, klachten?

Vóórkomen

Veel lichamelijke arbeid is lichter geworden door het gebruik van machines. Machines die problemen kunnen geven met lichaamstrillingen. Door deze toenemende mechanisatie worden in Nederland tussen de drie- en vierhonderdduizend mensen blootgesteld aan trillingen op het werk.

Lichaamstrillingen komen vooral voor in de Landbouw en Visserij (37%) en in Industrie en Transportsector (beide ongeveer 16%). De sectoren waar lichaamstrillingen veel voorkomen zijn de Bouwnijverheid, Transport, Industrie, Landbouw en Visserij, Bosbouw, Luchtvaart en Zeevaart.

Beroepen met een groot risico van lichaamstrillingen: bestuurders van tractoren, heftrucks, helikopters en terreinvoertuigen.

Preventie

Wat werkgevers kunnen doen:

  • Werkgevers weten of werknemers zijn blootgesteld aan hoge trillingsniveaus zoals in de Europese richtlijn beschreven.
  • Als dat het geval is, nemen zij maatregelen om de trillingen te beperken, bijvoorbeeld door:
    • Bij aanschaf of leasen kiezen voor een voertuig of machine die minder trilt.
    • De machine of het voertuig afstemmen op de taak en de ondergrond, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat het terrein of wegdek zo egaal mogelijk is.
    • Ervoor zorgen dat de rijsnelheid lager is.
    • Zorgen voor andere transportmiddelen, bijvoorbeeld een transportband.
    • Pauzes inlassen en taken afwisselen.
    • Regelmatig de bestuurdersstoel onderhouden en zo nodig vervangen
  • Werknemers informeren over de wettelijke actie- en grenswaarde en vertellen hoe het daarmee in de huidige werksituatie is gesteld, welke gezondheidsschade kunnen optreden en welke maatregelen zijn getroffen om de trillingsniveaus te verlagen.
  • Werknemers veilige werkmethoden aanleren om de risico’s van blootstelling aan trillingen tot een minimum te beperken.

Wat werknemers kunnen doen:

  • Informeer de werkgever over de risico’s voor rugklachten door lichaamstrillingen op de werkpek.
  • Wissel werkzaamheden af.
  • Pas de rijsnelheid aan op de situatie van de ondergrond om schokken te voorkomen.
  • Pas de bandenspanning aan (of zelfs het bandentype) op de ondergrond (als de grond bijvoorbeeld bevroren is).
  • Spring nooit uit een cabine.
  • Zorg voor een schokabsorberende stoel (in horizontale en verticale richting).
  • Stel de stoel goed in: let erop dat men de voeten zonder moeite kan verplaatsen van het ene naar het andere pedaal; stel de rugleuning van de stoel in terwijl men op de stoel zit; stel een mechanisch geveerde stoel in op het lichaamsgewicht.
  • Let op de zithouding: zorg ervoor dat de rug tegen de achterleuning van de stoel wordt gedrukt en dat de schouders ontspannen naar beneden hangen. Niet te lang in dezelfde houding zitten; proberen om af en toe wat strekoefeningen te doen en voldoende pauzes in te lassen.
  • Zorg voor goed (uit)zicht.
  • Zorg voor een actieve levensstijl.