Veilig werken met chemische stoffen

Nederlandse regelgeving
Werkgevers moeten bepalen of er veilig met deze –gevaarlijke, schadelijke - chemische stoffen wordt gewerkt. Dat kan door de blootstelling aan schadelijke stoffen te vergelijken met grenswaarden die overheid én bedrijfsleven in de praktijk hanteren bij de toetsing van blootstellingsniveaus aan schadelijke stoffen en bij de beoordeling van de arbeidsomstandigheden.

Lastig is dat voor de meeste stoffen door de overheid geen wettelijke, publieke, grenswaarden zijn vastgesteld. In geval van een chemische stof waarvoor geen wettelijke grenswaarde geldt, is de werkgever/ondernemer/het bedrijf verplicht zelf een grenswaarde vast te stellen. Deze grenswaarde dient zo laag te zijn dat er geen gezondheidsschade ontstaat bij de werknemers die met de desbetreffende stof werken.|

Ondernemingen moeten zelf voldoen aan de wettelijke voorschriften en zijn vrij in de keuze van gevalideerde middelen. Sociale partners in de Sociaal Economische Raad hebben de leidraad ontwikkeld vanuit bestaand Arbo-instrumentarium waarbij veilig, gevalideerd en bedrijfsspecifiek als randvoorwaarden zijn gehanteerd. De leidraad is bedoeld voor gebruik door zoveel mogelijk bedrijven met verschillende uitgangsposities en is samen met de gebruikers ontwikkeld.

Leidraad veilig werken met gevaarlijke stoffen

De leidraad chemische stoffen helpt ondernemers en arbodeskundigen bij het vinden van bedrijfsspecifieke veilige grenswaarden of gevalideerde veilige werkwijzen bij het werken met chemische stoffen.

De leidraad biedt routes om tot veilig werken met chemische stoffen te komen:

De klassieke route, via de gevalideerde veilige grenswaarden, aangepast aan de eisen van het grenswaardestelsel.

De nieuwe route, via gevalideerde veilige werkwijzen.

Een veilige grenswaarde moet verder altijd bedrijfsspecifiek worden gemaakt met de route werkplekfactoren

De keuze tussen een grenswaarde of een veilige werkwijze is vrij zolang het werken met chemische stoffen voldoet aan de betreffende doelvoorschriften van de Arbowet en -regelgeving.

Grenswaarden

Bedrijfsspecifieke en werkplek-specifieke grenswaarde (privaat en publiek) = Een publieke of private grenswaarde die met behulp van werkplekfactoren werkplek- of bedrijfsspecifiek is gemaakt.

Private grenswaarde: Een gemiddelde concentratie gedurende een referentieperiode (8 uur, 15 minuten of Ceiling= plafondwaarde) van een enkelvoudige stof of een mengsel met een vaste samenstelling die het risico op gezondheidsschade doeltreffend beheerst, voor zover bekend met de huidige stand van de wetenschap, ook indien de blootstelling wordt herhaald gedurende een heel arbeidsleven.

Deze definitie geldt niet voor stoffen met een verondersteld drempelloos effect zoals bepaalde genotoxisch carcinogenen en sensibiliserende stoffen. Privaat betekent in dit geval dat de stof niet onder de criteria voor de publieke (wettelijke) grenswaarden valt.
Uit artikel 4.3 Arbobesluit valt af te leiden dat de private grenswaarde op een zodanig niveau is vastgesteld dat er geen schade kan ontstaan aan de gezondheid van de werknemer. Het stappenplan moet naast een overzicht van te treffen maatregelen tevens een tijdsplanning bevatten.

Publieke grenswaarde: Een gemiddelde concentratie gedurende de referentie periode (8 uur, 15 minuten of Ceiling) van een enkelvoudige stof of een mengsel met een vaste samenstelling die het risico op gezondheidsschade doeltreffend beheerst, voor zover bekend met de huidige stand van de wetenschap, ook indien de blootstelling wordt herhaald gedurende een heel arbeidsleven. Deze definitie geldt niet voor stoffen met een verondersteld drempelloos effect zoals bepaalde genotoxisch carcinogenen en sensibiliserende stoffen.

Het ministerie van SZW stelt publieke (wettelijke) grenswaarden vast voor stoffen waarvoor:

  • de EU een grenswaarde vereist. In de praktijk zijn dat zogenoemde bindende limieten (BLV’s, Binding Limit Values) en Indicatieve Grenswaarden (ILVs, Indicative Limit Values) die in richtlijnen van de Europese Commissie worden vermeld;
  • niet te verwachten is dat de EU een grenswaarde zal vaststellen maar die worden gekenmerkt als ‘stoffen zonder eigenaar’ en ‘stoffen met grote kans op gezondheidsschade (hoog-risicostoffen);
  • volgens de overheid een publieke grenswaarde moet worden vastgesteld.

Publieke grenswaarden zijn (net als private grenswaarden) gezondheidskundige grenswaarden, met uitzondering van de grenswaarden voor kankerverwekkende (mutagene) en allergene stoffen zonder drempelwaarde. De subcommissie Grenswaarden Stoffen op de Werkplek (GSW) van de SER voert alleen voor deze stoffen een haalbaarheidstoets uit. Het resultaat van de toets speelt een belangrijke rol bij de vaststelling van de hoogte van een grenswaarde voor deze stoffen.

Voor alle overige stoffen geldt dat bedrijven in het kader van de risico-inventaris en evaluatie (RIE) moeten beoordelen in hoeverre zij voldoen aan de gezondheidskundige grenswaarde. Als zij daaraan niet voldoen, dienen zij een stappenplan op te stellen om die grenswaarde te bereiken. Het stappenplan moet naast een overzicht van te treffen maatregelen tevens een tijdsplanning bevatten.

Veilige grenswaarde
Het begrip “veilig” wordt in het kader van deze leidraad op twee manieren gebruikt:

  • in de zin van het beschermingsniveau van instrumenten: ” er kan geen schade ontstaan aan de gezondheid van de werknemer ” of “zo laag mogelijk” voor de carcinogenen. Deze definitie is gelijk aan wat is bepaald in respectievelijk de artikelen 4.6 en 4.13 (carcinogenen) van het Arbobesluit;
  • in de zin van keuze voor Veilige Grenswaarden /Veilige Werkwijze instrument: instrumenten die voldoen aan de kwaliteitscriteria van deze leidraad die overeenkomstig die van de wet zijn of naar beste weten verondersteld worden daarmee in overeenstemming te zijn.

De globale aanpak
Er zijn criteria ontwikkeld voor de keuze van de best bruikbare veilige grenswaarde bij het ontbreken van publieke waarden (of voor een betrouwbaarheidsrange) indien instituten een verschillende advieswaarde adviseren. Die zijn verwerkt in de leidraad en worden toegelicht in het beslisschema-document.

Afleiden van een grenswaarde
Indien voor een stof geen bestaande veilige grenswaarde beschikbaar is, dan is er een aantal gevalideerde methoden om een grenswaarde vast te stellen:

  • de holistische methode waarbij de (No-Observed Adverse) Effect Levels van alle toxicologische eindpunten wetenschappelijk worden gewogen;
  • de administratieve methode. Hierbij wordt de No-Observed Adverse Effect Level gevonden in dierexperimenten met een aantal vaste onzekerheidsfactoren omgezet tot een advieswaarde voor de Werkplek. Binnen het REACh Implementatie Project (RIP 3.2) wordt deze procedure verder uitgewerkt (DNEL);
  • de R-zinnen methode waarbij de relatie tussen grenswaarden en R-zinnen wordt gebruikt om een advieswaarde af te leiden. In Nederland geïntroduceerd door DOHSBase. In het UK zijn met R-zinnen boven en ondergrenzen bepaald van de voorkomende grenswaarden (“control banding”).

De leidraad verwijst naar websites waar de deskundige documenten kan vinden voor het vaststellen van deze grenswaarden.

Speciale Stoffen
Voor kankerverwekkende stoffen geldt dat, tenzij wetenschappelijk het tegendeel kan worden aangetoond, er aangenomen wordt dat er geen ondergrens (drempel) voor het kankerrisico bestaat (stochastisch, genotoxisch carcinogeen). De commissie Gezondheid en Beroepsmatige Blootstelling aan Stoffen (GBBS) van de Gezondheidsraad (GR) voor deze stoffen, indien mogelijk, op verzoek van de minister van SZW, de concentraties van deze stoffen in de lucht af die overeenkomen met een vooraf vastgesteld extra risico op sterfte aan kanker (4 x per 1.000 en 4 per 100.000 individuen) door beroepsmatige blootstelling gedurende het arbeidzame leven.

Het gaat hier om kankerverwekkende stoffen die door de GR of de EU zijn geclassificeerd in categorie 1A (stof is kankerverwekkend voor de mens) of 1B (stof moet worden beschouwd als kankerverwekkend voor de mens). De stoffen zijn kankerverwekkend via een stochastisch genotoxisch mechanisme.
Voor de afleiding gebruikt de commissie GBBS de Leidraad Berekening risicogetallen voor carcinogene stoffen van de GR.

De door de GR berekende waarde, die samenhangt met een extra kans op overlijden aan kanker van 4 per 1.000 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling is gelijk aan het door de subcommissie GSW bij haar haalbaarheidstoets gehanteerde verbodsrisiconiveau van 1 extra kans op overlijden op 10.000 per blootstellingsjaar bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling.

De door de GR berekende waarde, die samenhangt met een extra kans op overlijden aan kanker van 4 per 100.000 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling is gelijk aan het door de subcommissie GSW bij haar haalbaarheidstoets gehanteerde streefrisiconiveau van 1 extra kans op overlijden op 1.000.000  per blootstellingsjaar bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling.

Bij allergene stoffen leidt de GR een referentiewaarde af waarbij een werknemer en extra kans van 1 % heeft om gedurende zijn arbeidzame leven door beroepsmatige blootstelling gesensibiliseerd te raken ten opzichte van de kans hierop in de niet beroepsmatig blootgestelde algemene bevolking.

De leidraad gaat er vanuit dat de individuele ondernemer deze wettelijke regelingen kent.

Lees meer: Organisaties betrokken bij chemische blootstelling