Risico’s van de kou: onderkoeling

Buiten werken in de winter kan bij bepaalde omstandigheden leiden tot risico’s voor de gezondheid. Dat kan gaan om algemene problemen zoals onderkoeling of lokale problemen zoals winterhanden of bevriezing van uitstekende delen. Het is goed je van deze risico’s bewust te zijn en ze zoveel mogelijk te voorkomen, maar ook om te weten wat je het beste kunt doen als ze toch optreden.

Het menselijk lichaam probeert via de stofwisseling te zorgen dat de ‘kerntemperatuur’ (de inwendige lichaamstemperatuur) op 37˚C blijft. Als die kerntemperatuur met meer dan een halve graad daalt, dan kunnen lichaamsfuncties verstoord raken. Bij een nog lagere temperatuur (minder dan 35˚C ) is er sprake van onderkoeling (hypothermie). Door onderkoeling  kan uiteindelijk hartstilstand optreden.

Mensen met een kans op een verminderde doorbloeding vanwege een ziekte of gebrek kunnen sneller last van kou hebben. Ook kan kou effecten hebben zoals koude vingers en handen en koude voeten, oren of neus. Vrouwen blijken hier vaker gevoeliger voor dan mannen. Mensen die lijden aan het fenomeen van Raynaud hebben sneller last van koude vingers, die uiteindelijk zelfs zeer pijnlijk kunnen worden.

Onderkoeling of hypothermie

We spreken van algehele onderkoeling wanneer de centrale lichaamstemperatuur onder de 35º Celsius komt. Er zijn twee soorten onderkoeling, namelijk acute en chronische onderkoeling. Acute onderkoeling is de meest gevaarlijke soort. Bij acute onderkoeling zakt de lichaamstemperatuur van de persoon erg snel. Dit is bijvoorbeeld het geval als de persoon door het ijs zakt. Bij chronische onderkoeling komt de onderkoeling langzaamaan op gang. Als men in zeer koud water zwemt, dan is dat in eerste instantie nog wel mogelijk. Op gegeven moment zal het lichaam echter te koud worden om nog voldoende energie op te brengen om te zwemmen. Omdat dan de vitale levensfuncties in gevaar komen en deze eerst energie en warmte krijgen, wordt de energietoevoer naar de spieren minder.

De mate van onderkoeling is afhankelijk van een aantal factoren, zoals de duur van de blootstelling aan de kou en de omgevingstemperatuur. Bij de omgevingstemperatuur speelt ook de wind een belangrijke rol. De wind verlaagd de temperatuur die waargenomen wordt op de blote huid en daarmee het risico voor onderkoeling(/bevriezing). Dit effect wordt de “Windchill-factor’ genoemd.

De invloed van de windsnelheid op de ervaren temperatuur is in deze tabel weergegeven.

risico's in de kou windchill
Wind Chill kaart

Verder speelt ook de luchtvochtigheid een rol. Water geleidt warmte beter dan lucht en dus hoe vochtiger het is, hoe sneller de onderkoeling optreedt. Niet voor niets hebben mensen het vaak over “waterkoud” bij lage temperaturen en regen of mist. Nog sneller gaat de afkoeling in het (koude) water, waarin het lichaam zelfs 27 keer sneller afkoelt dan in windstille lucht.

Dat betekent ook dat natte kleding een extra risico vormt, zeker wanneer het vocht in de kleding zal gaan verdampen (of bevriezen). Dit zal zorgen voor nog sterkere afkoeling. Op het land koelt een slachtoffer met natte kleding aan 20 keer sneller af dan in dezelfde omstandigheden met droge kleding aan.

Fasen van onderkoeling

Bij algehele onderkoeling zijn er vier fasen die de mate van onderkoeling aangeven en oplopen in ernst.

Fase 1: Toename van lichamelijke en psychische activiteiten. Inwendige lichaamstemperatuur < 35º Celsius. De volgende verschijnselen treden op:

  • Bleek
  • Rillen
  • Uitputting
  • Coördinatieverlies
  • Snelle hartfrequentie
  • Snelle diepe ademhaling
  • Verward, suf tot agressief

Fase 2: Afname van lichamelijke en psychische activiteiten. Inwendige lichaamstemperatuur tussen 34 en 30º Celsius. De volgende verschijnselen treden op

  • Geen pijn
  • Zwakke pols
  • Langzame en onregelmatige hartslag
  • Slaperig, maar nog wel te wekken
  • Star gezicht en spierstijfheid
  • Onregelmatige ademhaling
  • Rillen stopt

Fase 3: Optreden van verlamming. Inwendige lichaamstemperatuur tussen 30 en 27º Celsius. De volgende verschijnselen treden op:

  • Bewusteloos (niet te wekken)
  • Wijde doch reagerende pupillen
  • Nauwelijks te voelen pols
  • Lange adempauzes
  • Ernstige hartritmestoornissen kunnen optreden

Fase 4: Schijndood/dood. Inwendige lichaamstemperatuur tussen 27 en 24º Celsius. De volgende verschijnselen treden op:

  • Geen pupilreflex
  • Geen merkbare pols
  • Ademstilstand

Eerste hulp bij algehele onderkoeling

  • Breng het slachtoffer naar een beschutte plaats Wees voorzichtig tijdens het transport. Een (diep) onderkoeld slachtoffer is vaak bewusteloos en kan hartritmestoornissen krijgen als hij te ruw wordt behandeld.
  • Voorkom verdere afkoeling 
    • Als het slachtoffer zich in fase 1 of 2 bevindt, verwijder dan natte kleding en trek het slachtoffer iets droogs aan.
    • Pak het slachtoffer goed in. Hiervoor kan een (reddings-)deken en/of slaapzak gebruikt worden.
    • Isoleer vooral het hoofd en de nek goed.
    • Leg de armen niet tegen het lichaam, maar pak ze apart in.
  • Zorg voor deskundige hulp/transport naar een ziekenhuis
  • Het is heel belangrijk om de persoon niet actief op te warmen. Dus plaats het slachtoffer niet onder de douche of in een bad, want door het plotselinge warmteverschil kan de persoon buiten bewustzijn raken. Ook kan de huid van actieve opwarming beschadigen, omdat het lichaam de warmteprikkels niet goed warm kan nemen. Dit leidt gemakkelijk tot brandwonden. Het is goed om een niet bewusteloos onderkoeld slachtoffer warme, zoete dranken zoals thee met suiker, kwast of chocolademelk te drinken te geven, maar geen alcohol.

Lees ook:

Risico’s van de kou: koudeletsels (2)

Tien tips om je te beschermen tegen de kou

Regels over werken in koude omstandigheden

Series NavigationRisico’s van de kou: koudeletsels >>