Vaak late gevolgen van elektrocutie in het werk

Hoewel elektriciteitsongevallen betrekkelijk zeldzaam zijn, kunnen de late gevolgen van elektrocutie aanzienlijk zijn. En die late gevolgen komen vaker voor dan je denkt. Een kort en zeker niet volledig overzicht van wat de literatuur er over zegt.

hoogspanningsmasten

Benoit Bailey et al. (2008) keek naar de gevolgen bij 114 patiënten die tussen oktober 2000 en november 2004 werden behandeld na een elektrische schok. Daarvan hadden er na circa twee maanden (mediaan 52 dagen) nog 30 (26%) neurologische of neuropsychologische symptomen. Na een jaar waren dat er 24 (28%) van de 86 deelnemende patiënten.

Deens cohortonderzoek

Grell et al. (2012) voerden een retrospectief cohort onderzoek uit naar het risico op neurologische afwijkingen na het overleven van een elektriciteitsongeval.  Het cohort omvat 3133 mensen die tussen 1968 en 2008 een elektriciteitsongeval overleefden. Het optreden van een neurologische aandoening werd bepaald via koppeling van de deelnemers aan het landelijke Danish National Register of Patients. Het aantal neurologische ziektegevallen in het cohort werd vergeleken met het optreden van dezelfde ziekten in de algemene bevolking. Er werd een significant verhoogd risico gevonden op perifere zenuwaandoeningen (standardized hospitalization ratio (SHR) = 1,66; 95% betrouwbaarheidsinterval(BI) 1,22-2,22), voor migraine (SHR = 1,80; 95% BI, 1,23-2,54), voor duizeligheid (SHR = 1,60; 95% BI, 1,22-2,05) en voor epilepsie (SHR = 1.45; 95%BI, 1,11-1,85).

Frans onderzoek bij elektriciteitsbedrijf

Piotrowskia et al. (2014) evalueerde alle 311 incidenten met elektriciteit die tussen 1996 en 2005 optraden bij het Franse bedrijf Electricité de France (EDF). Deze werden vergeleken met de 1231 incidenten die optraden tussen 1970-1979 en de 996 incidenten tussen 1980 en 1989. De gevolgen van de incidenten blijken ook in het jongste cohort ernstig en de sterfte van 3,2% is vergelijkbaar met de 2,7% uit de tachtiger jaren en de 3,3% in de zeventiger jaren.

Bij de mensen die het incident overleefden hielden 32,5% van de mensen er blijvend letsel van over (tegenover 23,6% in de zeventiger en 27,6% in de tachtiger jaren). Er is met name een toename in neuropsychiatrische gevolgen van 5,4% in de tachtiger jaren tot 13% in het huidige cohort. Het gaat vaak om letsel van het perifere zenuwstelsel. De helft (10/20) van de gevallen had te maken met een hoog-voltage ongeval waarbij de stroom door het lichaam ging. Vaak begonnen de klachten met gevoelsstoornissen (3/20) en stoornissen van cognitie en gedrag (6/20). Minder vaak was het centrale zenuwstelsel aangedaan (2 maal, maar met ernstige gevolgen).

Ook werd nu gekeken naar posttraumatische stress stoornis (PTSS) als uitkomst. Met de huidige definitie van PTSS is vastgesteld dat bij 7,6% van de slachtoffers sprake is van PTSS als gevolg van het ongeval.

Onderzoek in groot ziekenhuis in India

In een groot derdelijns ziekenhuis in India is door Srivastava et al. (2018) onderzoek gedaan naar brandwonden tussen april 2016 en maart 2018. Hiervoor werden 3136 mensen opgenomen met een man:vrouw verhouding van 1,5:1 en tweemaal vaker afkomstig van het platteland. In 79% van de gevallen ging het om een ongeval, in 12% om suicide en in 9% om moord. Hoewel letsel door vlammen vaak voorkwam (64,4%) was het aandeel elektriciteitsongevallen met 25% aanzienlijk. Van het totale aantal brandwonden ten gevolge van elektriciteit ontstond 27% door een laag-voltage ongeval (<1000 kv) en de rest door hoog-voltage (>1000 kv). Doorgaans lag de oorzaak in het werk. Bij de slachtoffers van elektriciteitsongevallen werd onder meer een verhoogd creatinine fosfokinase, myoglobinurie, nierfalen, afwijkingen in de hartfunctie gevonden naast de brandwonden waarvoor vaak chirurgisch ingrijpen nodig was. De sterfte in de groep elektriciteitsongevallen was ruim 10%.

Literatuuronderzoek

Shih et la. (2017) voerde een systematisch literatuuronderzoek uit. In het literatuuroverzicht zijn uiteindelijk 41 studies naar de uitkomsten van elektriciteitsongevallen bij volwassenen opgenomen die zijn gepubliceerd tussen 1946 en 2015. De totale samengestelde groep slachtoffers omvat 5485 mensen. Daarvan maakte 18% een laag-voltage ongeval door (sterfte 2,6%) en 38% een hoog-voltage ongeval (sterfte 5,2%). Bij de rest was het voltage onbekend (sterfte 3,7%). Bij de hoog-voltage ongevallen werden meer negatieve gevolgen beschreven dan bij laag-voltage ongevallen. Echer, bij forensisch onderzoek na elektriciteitsongevallen bleken meer mensen overleden bij laag-voltage ongevallen dan bij hoog-voltage ongevallen in een verhouding 2,4 tot 1. In twee studies werd ook gekeken naar post-traumatische stress na een elektriciteitsongeval. 

Bronnen

BenoitBailey MD, M Scabc Pierre Gaudreault MDbc Robert L.Thivierge MDc Neurologic and neuropsychological symptoms during the first year after an electric shock: results of a prospective multi center study The American Journal of Emergency Medicine Volume 26,Issue 4, May 2008,Pages 413-418 (abstract)

Grell, K., Meersohn, A., Schüz, J., Johansen, C. Risk of neurological diseases among survivors of electric shocks: A nationwide cohort study, Denmark, 1968-2008 Bioelectromagnetics 33:459 ^ 465 (2012) (abstract)

Aleksandra Piotrowskia, Anne-Marie Filleta, Philippe Perezc, Philippe Walkowiakc, Denis Simon, Marie-Jean Cornierec, Pierre-André Cabanesa, Jacques Lambrozoa Outcome of occupational electrical injuries among French electric company workers: A retrospective report of 311 cases, 1996–2005 Burns 40 (2014) 480-488 (full text)

Jessica G Shih,MD, ShahriarShahrokhi, MD, FACS, FRCSC, and MarcG Jeschke, MD, PhD, FACS, FRCSC Review of adult electrical burn injury outcomes worldwide: An analysis of low- voltage versus high-voltage electrical injury  J Burn Care Res. 2017 ; 38(1): e293–e298 (full text)

SRIVASTAVA, Sunil et al. Elektriciteit kan je aan de stroom doen hangen

Series Navigation<< Elektriciteit kan je aan de stroom doen hangen